Hufterproof: achter ieder mens schuilt een verhaal

Afgelopen woensdag had ik de laatste avond van de discipelschapscursus voor de zomer. Deze keer ging over het veroordelen van anderen. Het is een onderwerp waar ik veel mee heb, omdat ik geloof in het bekende cliché: een betere wereld begint bij jezelf. Een aantal jaren geleden heb ik bewust de keuze gemaakt om eraan te werken mensen niet te veroordelen. Natuurlijk zal ik dit nooit helemaal onder de knie krijgen, maar ik geloof dat ik een eind kan komen.

Het boek dat we bij de discipelschapscursus gebruiken is The Good and Beautiful Life van James Bryan Smith. Het is het tweede boek in een serie van drie. Volgens James is veroordelen het negatief beoordelen van anderen zonder in solidariteit naast ze te staan. Nadat we hun gedrag of karakter kritisch hebben beoordeeld lopen we weg en zijn we niet bereid om te helpen. James zegt dat er twee redenen zijn voor mensen om anderen te veroordelen: om mensen te verbeteren en om onszelf beter te voelen over onszelf. Ik denk vooral dat in die laatste reden veel waarheid schuilt: het heeft vaak te maken met ons zelfbeeld. Als we iemand verbeteren voelen we ons beter over onszelf. Ook noemt James vier redenen waarom het veroordelen van iemand niet werkt:

  1. Een veroordelende uitspraak heeft niets met liefde te maken.
  2. Het veroordelen van iemand slaat een belangrijke stap over: degene die veroordeeld wordt, moet eerst erkennen dat hij of zij een probleem heeft.
  3. Veroordelen is afbreken zonder op te bouwen.
  4. Onze vooroordelen kunnen niet kloppen. Onze kennis van iemands situatie is beperkt. We weten niet hoe ze zich voelen, wat er met ze is gebeurd of waar ze mee worstelen.

Vooral die laatste reden vind ik sterk: we vergeten zo ontzettend vaak dat achter ieder mens een verhaal schuilt. We vergeten dat zodra we iemand veroordelen.

Een goed voorbeeld hiervan is het televisieprogramma Hufterproof van de EO. Het idee achter dit programma is om te kijken hoe mensen reageren als ze geconfronteerd worden met asociaal gedrag. Dit gebeurt uiteraard met een verborgen programma. In één van die scenes is te zien hoe een vrouw met een hoofddoek in een winkel staat en allerlei discriminerende uitspraken krijgt te horen van de verkoper (beiden zijn acteurs en weten er dus van). Eén van de klanten, Sylvia, lijkt het eens te zijn met de verkoper en wordt vervolgens op social media ervan beschuldigd dat ze racist is. Ook krijgt ze allerlei bedreigingen. Echter, na de uitzending doet Sylvia haar verhaal en vertelt ze dat dit niet de persoon is die zij is. Door de montage leek het alsof ze het eens was met de verkoper, terwijl ze het juist voor de vrouw opnam. Dit hadden ze alleen niet in de uitzending laten zien. Inmiddels is de uitzending van het internet gehaald, is er een rectificatie geweest en zijn er spijtbetuigingen van zowel de EO als producent SkyhighTV. Het is verschrikkelijk wat deze mevrouw heeft moeten doorstaan en het is me erg tegengevallen van de EO dat ze dit hebben laten gebeuren. Het is goed dat ze door het stof zijn gegaan, maar het blijft jammer.

Wat me enorm raakt is dat er mensen zijn die zich blijkbaar geroepen voelen andere mensen te bedreigen als ze het niet met hen eens zijn. Wat een ander mens ook doet, niemand verdient het om lastig te worden gevallen en te worden bedreigd. Iets anders wat op grote schaal gebeurt en zeker niet onschuldig is, is dat door social media mensen hun mening kunnen uiten over een ander mens. Dit gebeurt door het gehele politieke spectrum en in alle lagen van de bevolking. Het lijkt wel of social media een middel is om je eigen positie te bevestigen en je af te zetten tegen ‘de ander’: wat ik vind is waar, wat de ander vind slaat nergens op en daarom is hij/zij een … (vul zelf maar in). Als iemand een discriminerende uitspraak doet en jij reageert er vervolgens op door allerlei nare dingen over iemand te zeggen, ben je dan echt beter dan die ander? Vergeet je op zo’n moment niet dat die persoon meer is dan de uitspraak die hij of zij heeft gedaan?

In plaats daarvan vind ik dat mensen meer aan zelfreflectie zouden moeten doen: waarom raakt iets me en waarom ga ik vervolgens nare dingen zeggen over zo iemand? Wat voor persoon wil ik zijn en hoe zorg ik ervoor dat ik die persoon word? Ik wil bijvoorbeeld iemand zijn die open staat voor mensen op een niet-veroordelende manier. Ik wil dat uitstralen. Maar ik vind dat ook moeilijk. Ik woon in een multiculturele wijk en ik vind het heel erg om toe te moeten geven, maar ik loop soms toch met een boog om een groepje Marokkaans-Nederlandse jongens heen. En ondanks dat ik vind dat vrouwen zelfbeschikking moeten hebben over wat ze dragen en dus ook de kans moeten hebben om een niqab te dragen, heb ik er toch moeite mee dat mijn overbuurvrouw dit ook daadwerkelijk draagt. Door m’n studie achtergrond kan ik niet anders dan me hier bewust van te zijn en dit bewustzijn is waar het toch echt mee begint. Ook m’n geloof is een belangrijke motor om hier in te willen groeien. Jezus ging juist om met mensen waarop neergekeken werd en als hij in de 21 eeuw zou rond lopen dan zou hij vooral omgaan met de mensen waar nu op wordt neergekeken: sekswerkers, migranten, transgender mensen, moslima’s. Hoe mooi zou het zijn als er meer mensen naar zichzelf gaan kijken, zich gaan afvragen hoe zij van positieve betekenis voor anderen kunnen zijn en hoe zij daarin kunnen groeien? Ik denk dat de wereld er veel mooier van gaat worden. 🙂

Graag wil ik afsluiten met een gedeelte uit de Bijbel. Ik blijf dit verhaal zo ontzettend goed vinden, omdat het ons erop wijst dat niemand perfect is.

Jezus ging naar de Olijfberg, en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en hij gaf hun onderricht. Toen brachten de schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vingers op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ (Johannes 8:1-7)

Anne Frank en mijn eigen vooroordelen

Maandag ben ik naar een activiteit van Doetank PEER geweest. Doetank PEER bestaat uit mensen (‘PEERs’) die door middel van no-nonsense happy activism naar een sociaal meer gelijke wereld streven. Dat doen ze door allerlei activiteiten te organiseren, waaronder de activiteit waar ik naar toe ben geweest: het Anne Frank Huis (AFH). Iedereen kan een activiteit organiseren, dus ik zou dat bijvoorbeeld ook kunnen doen. Het doel is om in drie jaar maar liefst 100 grote en kleine acties te organiseren.

Het toeval wil dat ik minder dan drie maanden geleden al in het AFH was (lees hier mijn blog van een aantal maanden geleden over mijn bezoek aan het AFH en mijn ervaring met het lezen van Anne’s dagboek). Deze avond konden we niet alleen het Anne Frank Huis zien, maar kregen we ook twee workshops om te kijken naar onze eigen vooroordelen. Ook vertelden twee medewerkers van het AFH meer over de verschillende educatieve programma’s die worden georganiseerd. Educatie is met name gericht op kinderen en jongeren en is bedoeld om onderwerpen als antisemitisme, racisme, discriminatie en het belang van vrijheid, gelijke rechten en democratie onder de aandacht te brengen. Het AFH vindt het belangrijk dat jongeren dit zelf organiseren en daarom trainen zij jongeren om zelf workshops te geven en activiteiten te organiseren. Ook worden er allerlei onderwijsprojecten gesteund op wereldwijd niveau. Het verhaal van Anne Frank wordt hierbij uiteraard gebruikt om onder andere te laten zien dat wat er gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog direct effect had op Anne. In het zaaltje waar wij zaten stond bijvoorbeeld een tijdlijn op de muur met daarboven een overzicht van wat er met Anne en haar mede-onderduikers gebeurde en daaronder een overzicht van wat er gebeurde tijdens de oorlog, dus buiten het Achterhuis (zie de foto hierboven).

Bij de eerste workshop mochten we elkaar begroeten met een gebaar uit een bepaald land. Iedereen kreeg een briefje met daarop een beschrijving van een begroeting. Ik had bijvoorbeeld een Japanse begroeting. Het idee achter deze workshop is dat wat ‘normaal’ is in het ene land totaal niet ‘normaal’ is in het andere land.

Bij de tweede workshop kreeg elke groep een groot vel papier met daarop een grote cirkel en daarbinnen een aantal kleine cirkels. De buitenste cirkel stond voor ‘niet erg’ en de binnenste cirkel voor ‘heel erg’. Vervolgens kregen we een aantal kaarten met situaties en uitspraken die mogelijk discriminerend zouden zijn. Met elkaar moesten we per kaart beslissen hoe erg dit was. Een aantal voorbeelden:

– Een mevrouw die op straat wordt geïnterviewd door een journalist: “Als mensen tradities zoals Zwarte Piet niet kunnen accepteren dan rotten ze maar op naar hun eigen land.”
– Een man: “Ik dacht dat MBO-ers alleen met hun handen werkten?”
– Een mannelijke manager tegen een vrouwelijke werknemer: “Hoe ga je werk en zorg combineren?”
– Geert Wilders met zijn “meer of minder”-uitspraak.

Alleen over Geert Wilders waren we het unaniem eens. Er was vooral verdeeldheid over de uitspraak over Zwarte Piet. Sommigen vonden dat het belangrijk is om naar de context en achtergrond te kijken waarin zo’n opmerking wordt gemaakt en dat één zo’n opmerking geen kwaad kon. Anderen vonden dat zo’n opmerking echt niet kan en te vergelijken zou zijn met wat ten grondslag lag aan de Tweede Wereldoorlog: een andere groep apart zetten. Tijdens de discussie vond ik het lastig om m’n mening te vormen. Allereerst omdat de verschillende meningen die mensen hadden mij in de war maakten. Ten tweede was de discussie best heftig en dan heb ik vaak de neiging om dicht te slaan. Ik deed op een gegeven moment wel een poging om iets te zeggen, maar ik kwam er niet doorheen. Dit is voor mij echt een leerpunt. Ik wil dit soort discussies gewoon kunnen voeren, ook al ben ik momenteel een conflictmijder. Ik wil mezelf ook kunnen beheersen, want ondanks dat mensen me ook aan het twijfelen kunnen brengen tijdens zo’n discussie ben ik vaak juist ook ontzettend overtuigd van mijn standpunt en heb ik de neiging om snel boos te worden. Ook niet echt een handige houding tijdens een discussie.
Eén van de eerste gedachten die ik had toen we begonnen met het bekijken van de kaarten en in welke categorie die pasten was: “Waarom moeten we gaan rangschikken?”. Tijdens de discussie werd vaak het woord context genoemd als belangrijke factor om naar te kijken, maar is dat niet gewoon een excuus om het er niet over te hebben? Wat me enorm kan irriteren aan discussies over discriminatie is dat het vaak enorm gebagatalliseerd wordt: het is maar een grapje, het is maar een opmerking, enz. Ik geloof in de kracht van het kleine. Ik geloof dat kleine acties van één individu al verandering kunnen brengen, zowel positief als negatief. Hoe meer mensen een negatieve en discriminerende uitspraak kopiëren, hoe meer zoiets ook verankerd kan raken in een maatschappij. Je zou kunnen zeggen dat dit iets is wat al is gebeurd of aan het gebeuren is. De discussie rondom Zwarte Piet heeft een enorme baggerput open getrokken. Dat is misschien ontzettend naar, maar het legt wel een open zenuw bloot. Daarom ben ik nu van mening dat die kaarten het allemaal niet verdienen om gerangschikt te worden; elke uitspraak kan als discriminerend worden gezien en waarom zou je dat überhaupt willen? Het is waar dat het ontzettend persoonlijk is; de één zal het als kwetsend zien en de ander niet. Maar ik denk dat je altijd uit moet kijken met dit soort uitspraken.

De avond confronteerde me zeker op een bepaalde manier met m’n eigen vooroordelen. Toen we naar de verschillende kaarten keken, had ik ook de neiging om het te bagatelliseren maar niet iedereen was het met elkaar eens en dat heeft me zeker aan het denken gezet. Ook de discussie na de workshop was erg goed en er waren verschillende mensen die ontzettend goede punten maakten. Stof tot nadenken dus…

Mijn strijd tegen de kilo’s (11)

Het is een hele tijd geleden dat ik een blog schreef over mijn strijd tegen de kilo’s. Daar is een reden voor: daar gaat het ronduit slecht mee. In maart was ik jarig en genoot ik van veel, lekker en voornamelijk ongezond eten. Na m’n verjaardag lukte het me niet om uit die flow van ongezond eten te komen. Ik verviel weer in oud gedrag door m’n kop in het zand te steken en toen ik weer naar een Weight Watchers sessie ging waar bleek dat ik een paar kilo was aangekomen belandde ik in een dip. Ik bleef na het wegen nog zitten voor de sessie zelf, maar ik moest ontzettend veel moeite doen om niet te huilen. Het liefste wilde ik meteen naar huis om mezelf op te sluiten. Op zo’n moment komt dat kop-in-het-zand gedrag als een boomerang terug en moet ik alsnog dealen met de gevoelens die ik daarvoor wegstopte. Met die gevoelens bedoel ik vooral: schaamte. Ik wist namelijk dondersgoed dat het ongezonde eten dat ik weg zat te werken niet goed voor me was, maar op dat moment koos ik ervoor om er niet aan te denken. Ik denk dat ik me op zo’n moment al schaam, maar daar wil ik dan niet aan denken. Daardoor ga ik nog meer eten en zo beland je in een vicieuze cirkel waar je moeilijk uit komt. Ik schaam me dat het me niet lukt om denk- en gedragspatronen te doorbreken. Ik ben inmiddels 3,5 jaar lid van Weight Watchers en nog steeds is het een worsteling. Ik besef me heel goed dat het altijd een worsteling zal zijn, maar ik kan je zeggen dat het best frustrerend is dat ik na al die tijd nog steeds vaak m’n kop in het zand steek en dat ik nog steeds smoesjes verzin om te kunnen eten en daarbij heel berekenend te werk ga.

Sinds die laatste sessie bij Weight Watchers, ben ik niet meer gegaan. Het doet me teveel. Ik heb de neiging om die kilo’s die ik aan ben gekomen te laten versmelten met wie ik ben als persoon. Toen ik daar zat zei dat innerlijke stemmetje tegen me: ‘Zie je wel? Je maakt nooit iets af. Het gaat je nooit lukken. Je faalt. Je ziet hier al zoveel jaren en nog lukt het je niet. Anderen lukt het wel, maar jou niet. Je bent een mislukking’. Daarnaast ben ik heel goed in het mezelf vergelijken met anderen. Bij Weight Watchers worden er vaak vrouwen uitgelicht die het is gelukt om hun streefgewicht te behalen. Dat zal vast goed bedoeld zijn, maar dan denk ik dus: ‘En mij lukt het niet.’ Daarom denk ik dat ik voorlopig niet meer naar Weight Watchers ga. Het is nog maar de vraag of ik überhaupt terug ga naar Weight Watchers. Ik heb het gevoel dat het niet meer werkt voor mij en dat ik meer de diepte in zal moeten om echt iets te kunnen veranderen aan m’n gezondheid en leefstijl. Want hoewel Weight Watchers je zeker tools meegeeft en heel veel vrouwen heeft geholpen, vind ik het voor mij te oppervlakkig geworden.

Hoe wil ik mijn zoektocht naar een gezonder leven dan gaan aanpakken? Afgelopen vrijdag was wat mij betreft een mooie start. De voedselcommissie en de internationale commissie (waar ik lid van ben) van de YWCA organiseerden een avond met de pakkende titel “Vreten, weten, eten”. Op die avond vertelden drie sprekers over mindful eten, de voedingsindustrie en TTIP. Interessante onderwerpen die me inspireren om op een andere manier om te gaan met eten. Manna Verheij vertelde als eerste spreker over mindful eten. Als een soort oefening mochten we eerst een bord met eten opscheppen en moesten we wachten tot iedereen klaar zat met een bord eten. Daarna mochten we ruiken om vervolgens te gaan proeven. Door met aandacht te eten merkte ik direct dat ik meer smaken signaleerde en ook sneller een vol gevoel had. Na deze oefening vertelde Manna nog wat meer over mindful eten: het gaat niet alleen over met aandacht eten, maar ook dat je je bewust bent hoe het voedsel je bord heeft bereikt, wie er voor hebben gewerkt en wat voor ingrediënten er in zitten. De focus is bij mindful eten dus niet alleen op jezelf, maar er is ook een duidelijke connectie met de rest van de wereld.

Vervolgens is er meer verteld over de voedingsindustrie en TTIP. TTIP staat voor Transatlantic Trade and Investment Partnership en is een vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten in Europa. Daardoor zal er makkelijker gehandeld kunnen worden. Het heeft alleen enorm veel nadelen. De kwaliteitseisen in Europa zijn hoog, maar die in de V.S. zijn juist laag. Door TTIP zullen deze kwaliteitseisen ‘geharmoniseerd’ worden en dus naar hetzelfde level als dat van de V.S. gebracht worden. Een concreet voorbeeld van wat dit kan betekenen is als volgt: als er hier in Nederland salmonella geconstateerd wordt dan wordt al het eten uit die voedselketen uit de handel gehaald. In de V.S. daarentegen gebeurt dit niet, met als gevolg dat mensen ziek kunnen worden. Ook zullen bedrijven niet meer verplicht zijn om alles op etiketten te vermelden. Kortom, het is nog maar de vraag in hoeverre je het eten uit de supermarkt kunt vertrouwen. TTIP staat daarnaast ook nog eens boven de wet en dit kan ons als maatschappij enorm veel geld kosten doordat bedrijven rechtszaken kunnen gaan aanspannen tegen landen. Zie voor meer uitleg over TTIP het filmpje hieronder, lees een artikel op de website van GroenLinks over de bezwaren tegen TTIP of dit artikel op De Correspondent. De eerste vraag die ik had toen ik dit hoorde was: Waarom zouden we dit überhaupt willen? Meteen bedacht ik me dat dit vast om economische motieven moest zijn. En dat klopt. Het zijn grote multinationals zoals Unilever die ferme voorstanders zijn van dit verdrag en er ook nog eens lobbyisten voor inhuren om dit er doorheen te krijgen. Er worden mooie beloftes gemaakt van economische groei en meer werkgelegenheid, maar de vraag is uiteindelijk of wij er als burgers uiteindelijk beter van worden en als ik het zo lees allemaal dan denk ik dat niet. Om heel eerlijk te zijn word ik zo ontzettend moedeloos van een situatie zoals deze. Het draait zo vaak alleen maar om geld en macht. Om enigszins weerwoord te kunnen bieden tegen een verdrag als TTIP, wil ik me dan ook om die reden gaan verdiepen in voeding. Want als dit verdrag het haalt, en die kans is heel groot, dan moet ik me serieus gaan afvragen waar ik m’n eten moet kopen…

Ik wil om die verschillende redenen mijn zoektocht naar een gezonder level wat grondiger en met meer diepgang aan te gaan pakken. Ik wil het volgende gaan doen:

  • Werken aan m’n zelfvertrouwen en zelfcompassie. Ik geloof dat dit de basis is van waaruit ik moet gaan leven. En daar speelt God een cruciale rol in.
  • Onderzoeken of mindful eten iets is wat me zou kunnen helpen en wat bij me zou passen.
  • Goed onderzoeken waarom ik teveel eet en wat daar achter zit. En als ik de neiging heb teveel en/of ongezond te eten moet ik op zo’n moment ook afvragen waarom ik dat doe.
  • Ik wil me meer bewust worden van m’n lichaam. Deze maand doe ik mee met de Red Couch, de boekenclub van SheLoves Magazine. We gaan het boek Embracing the Body: Finding God In Our Flesh and Bone van Tara Owens lezen. Ik hoop dat Tara’s boek me gaat helpen.
  • Eerlijk zijn over de worsteling die ik heb met eten en het niet verstoppen. Het heeft enorm geholpen om die worsteling met een vriendin te bespreken en om het te delen in een groep van m’n kerk. Dat laatste vond ik heftig om te doen, maar dankzij een boek van Brené Brown dat ik nu aan het lezen ben (I Thought It Was Just Me) word ik bijna automatisch heldhaftiger en lukt het me om die muur die ik om me heen heb te laten verdwijnen.